Nos paranan
01.09.09 JanW
De oplettende lezer/kijker heeft al kunnen constateren dat ik opvallend veel vogels fotografeer. Nu was het in Nederland zeker niet mijn hobby om om 5 uur ’s ochtends in een schuilhut te wachten tot er een roodgebekte tjiftjaf voorbij kwam.
In Bonaire daarentegen hebben de vogels 2 bijzondere eigenschappen: ze zijn veel mooier en ze komen gewoon naar jou toe op voor jou geschikte tijdstippen. Als je dan toch een camera bij je hebt, nou vooruit dan maar.
Mark vroeg mij de oren van mijn hoofd: “Wat is dat voor één, Pap?”. In Nederland ken ik de gebruikelijke vogels natuurlijk en ik geloof zelfs wat extra maar de meeste ken ik niet. Zo ook in Bonaire. We hebben Mark dan ook wat boekjes gegeven. Nos paranan (Onze vogels), Nos bestianan (wat zou dat nu betekenen?) en Nos ref di koral. Na enige dagen van studie weet hij wel erg veel van al die beesten. “Kijk Mark, die vogel heeft lange poten”. “Nee, nee dat is de steltkluut”.
Zo ziet hij de kleine ani, de Caribische spotlijster en laatst in het Washington Slagbaaipark een Caracara, een soort roofvogellichaam met een dodo-hoofd. Mark begint een beetje op Jurjen Veerman of Harko Barla te lijken. Ben nu aan het piekeren welk scenario mij het meeste zorgen baart.
