Suriname
21.04.10 Inge
Alweer een weekje terug in het school, werk, sport en speelritme op Bonaire. Heerlijk om weer terug te zijn in ons lekkere appartement met zwembad en aan zee! Want Suriname was prachtig en we hebben weer veel beleefd, maar qua accommodatie moest ik zo nu en dan wel even slikken. Er zijn daar veel basic hutten, soms met hangmatten (hebben we 1x gedaan, daarover later meer), maar meestal wel met bedden en klamboes. Dat is dan ook alles wat je hebt. Op zich prima, maar een beetje luxe zo nu en dan is ook niet verkeerd!
We zijn natuurlijk begonnen in Paramaribo, rondlopen bij de Waterkant, in het centrum en bij de Central Market (waar je o.a. dode aapjes kunt kopen, geen prettig gezicht). Op zich leuk, maar er is ook weer niet heel veel te beleven verder. We gingen al snel naar Matapica in het noorden, waar grote schildpadden ’s nachts hun eieren leggen op het strand. Met Frits in de boot een leuke tocht erheen gemaakt, die net lang genoeg duurde om een beetje een houten kont te krijgen in het bootje. Onderweg heel veel vogels gezien in het natuurgebied. We sliepen in de lodge van natuurorganisatie STINASU en Frits zorgde verder voor alles. Een prachtige plek, het strand, de zee, de kreken. Ties liep al snel rond en vond een vriend in Ranger Werner, een STINASU-gids, die daar met een andere groep was. Een hele vrolijke kerel, die Ties hielp met vissen en hem fruit en drinken gaf. Mark was ondertussen even niet lekker en moest overgeven. Kennelijk iets verkeerds binnen gekregen... Na het spugen was het weer helemaal klaar en kon ook Mark gaan vissen. Ranger Werner had gezegd dat het heel moeilijk was om in de kreek iets te vangen en beloofde om Mark een cadeautje te geven als het hem lukte. Na een klein tijdje hoorden we een hard gejuich en was het zover: Mark had zowaar een meerval uit het water gehaald! Direct naar Ranger Werner toe: TROTS. Als cadeautje kreeg hij een zelfgemaakte sleutelhanger van Werner. Na het eten moesten we wachten tot de schildpadden op het strand zouden komen, dit is afhankelijk van het getij. We hadden mazzel, want rond een uur of 22.00 konden we o.l.v. een gids gaan uitkijken naar de schildpadden (soms moet je echt midden in de nacht). Het is echt niet te geloven hoeveel schildpadden daar iedere nacht aan land komen om hun eieren te gaan leggen! Je ziet heel veel sporen, schildpadden die net terug kruipen naar zee en schildpadden die zich aan het ingraven zijn om eieren te gaan leggen. Zo lang de schildpadden nog geen eieren aan het leggen zijn, zijn ze heel gemakkelijk te verstoren. Ze hoeven maar een lichtje te zien of ze keren al terug naar zee, zonder de eieren gelegd te hebben. Als ze eenmaal bezig zijn met leggen, komen ze in een soort trance en merken niets meer. Op dat moment legt de gids een rode lamp achter de schildpad en kun je achter elkaar de eieren eruit zien komen. Heel apart. Ik vond het mooi om mee te maken en de boys waren ook onder de indruk. Maar ook voelde ik me een beetje een gluurder; het lijkt zo’n intiem proces van de schildpad en dan sta je daar met 10 toeristen om heen te koekeloeren met video’s en fototoestellen....Na het leggen begraaft de schildpad de eieren onder het zand en keert terug naar zee.
Na het ontbijt de volgende dag gingen we terug met Frits, om vanuit zijn dorp Johanna Margreta nog een boottocht te maken op zoek naar zoetwaterdolfijnen in de Surinamerivier. We zagen al snel heel veel dolfijnen, maar redelijk ver weg. Na een tijdje geduld te hebben gehad, kwamen ze bij de boot spelen en springen, echt heel gaaf! Daarna terug naar Parbo (afkorting Paramaribo) voor een overnachting in Guesthouse Twentyfour, prima plek. Het leuke is dat terugkomen in Parbo dan al heel bekend aanvoelt, je bent er al een beetje ‘thuis’ en weet aardig de weg (althans Jan, haha). De volgende twee dagen hebben we uitgerust van de eerste dagen op Resort Surinat bij Domburg. Perfect voor ons: lekker huisje, gastvrije eigenaren, zwembad, jacuzzi, ligging tegen de jungle aan en met een visvijver, waar de jongens konden vissen. Verder leuke eettentjes en speeltuintje aan de Waterkant van Domburg. De jongens wilden hier wel een week blijven (maar dat willen ze bijna overal wel...). Vervolgens stond een verblijf aan de Surinamerivier, in Bakaa Boto, op het programma. Hiervoor moesten we eerst een paar uur in de regen over een onverharde weg crossen. Jans stuurmankunst werd aardig op de proef gesteld en hij kan nu meedoen aan de Camel Trophy denken wij. Aankomst ook in de regen, soppend over het veld dromen wij over Terschelling haha. In onze open hut, gebouwd met tussenruimtes tussen de palen, waardoor je zo naar binnen en naar buiten kan kijken, voel ik me nog niet direct happy. Mmm, zijn hier beesten? Zijn die bedden wel schoon? Is er een slot op de deur (nee)? Nou eerst maar even wennen. De lokale dames die voor ons koken, brengen eerst brood voor onze late lunch en een uur later komt al de warme maaltijd. Echt heel lekker, we eten de komende drie dagen veel rijst met kip. De jongens hebben al direct weer aanspraak en maken vrienden met Diego, een lokale jongen. Samen plukken ze Waki, een zoete vrucht uit de bomen bij Bakaa Boto. Ook spreken ze af om te gaan vissen. Die eerste nacht slaap ik onrustig en kijk steeds naar buiten of er niemand rond de hut loopt. De volgende nachten ben ik gelukkig gewend en gaat het heel wat beter. Mark vindt intussen dat hij nog nooooooit zo’n lekker bed heeft gehad. Mooi is dat hè, zij maken zich voor geen meter druk om de dingen waar ik mee zit. Ze hoeven alleen maar te genieten en te spelen en vertrouwen er verder op dat alles goed is. Wat de dames ons ook voorzetten (en op welke tijdstippen), ze eten er smakelijk van. Verder genieten ze (en wij ook) van het zwemmen en baden in de stroomversnelling van de rivier, van het vissen met Diego en van de contacten met de andere kinderen op Bakaa Boto. Een prachtig gezicht om hun witte lijven te zien tussen de zwarte lokale kids. Het zwemmen in de stroomversnelling is ook zoiets. Jan en de boys stappen er onbekommerd in en genieten. Ik moet toch denken aan de mogelijke kaaimannen en piranha’s in de Surinamerivier. Nee, die zitten niet ín de stroomversnelling, jaja...Maar ook dat gaat over en ik kan er echt van genieten. Zittend in de stroomversnelling met het uitzicht op de brede rivier en de groene jungle daarachter, het is prachtig! Echt zo van: moet je ons nou weer zien zitten. Verder hangen we in de hangmatten en lezen een boekje. We maken nog twee uitstapjes: een met bootsman Daniël een eind de rivier op en een bezoek aan zijn dorp, Duatta. Hier wordt nog aardig authentiek geleefd in kleine hutje zonder luxe. De kinderen lopen bloot rond en de vrouwen met bloot bovenlichaam. Dit soort dorpjes zagen we ook veel op de weg naar Bakaa Boto. Apart, hier komen de westerse en inheemse wereld al wel een beetje samen. De vrouwen die ons verzorgen, dragen alle spullen op hun hoofd en zijn veel bezig met wassen, afwassen en koken. Maar ze hebben wel hemdjes aan, eentje zelfs met bh. En de kids hebben wel gameboys.
Het andere uitstapje is naar Atjoni, de laatste plek waar je over de weg kunt komen. Vanaf hier verder de jungle in gaat per korjaal (bootje). In Atjoni tanken we en hebben we voor het eerst in dagen even bereik met onze mobiele telefoon. Wat een luxe.
Mark vangt op de laatste dag samen met twee lokale jongens nog twee piranha’s en hij is helemaal trots. Na drie dagen Bakaa Boto gaan we met een beetje weemoed weg, we hebben het er heerlijk gehad. Het volgende avontuur dat ons wacht is Browsnberg. Een natuurgebied, dat boven het grote Brokopondo-stuwmeer ligt. Hier slapen we een nachtje in een hut met hangmatten op de berg. Voor een keertje lijkt ons dat wel grappig. En wie is een van de eersten die we tegenkomen op Brownsberg: Ranger Werner! Een heel hartelijk weerzien, wat een toeval. Hij is nu hier een groep aan het begeleiden. Die middag lopen we naar een waterval, het is niet te ver en op zich wel leuk. Met een biertje en een snackje gaan we ook nog naar een uitzichtpunt en genieten van het prachtige uitzicht over de jungle en het stuwmeer. Na het eten op naar ons hangmattenverblijf. Het lijkt de jongens maar niks eigenlijk, de hele nacht in een hangmat? Ik kan ze ook geen ongelijk geven, maar ja we zijn toch avontuurlijk? Ok, iedereen geïnstalleerd en Ties slaapt direct als een roos. Mark niet. Die komt om half 10 bij me, hij rilt en trilt en heeft het heel warm. O nee hè, wat is er nu aan de hand? Mark is echt koortsig en we gaan met hem naar buiten en geven hem een paracetamol. Daar zit je dan boven op de berg! Bij het restaurantje dat nog open is haal ik thee met limoen. Dit drinkt Mark graag op. Wat nu, we kunnen hem moeilijk hartstikke ziek in de hangmat leggen en bovendien hebben ze ons gewaarschuwd dat het koud zal worden ’s nachts. Met hulp van Rocky van het restaurant en onze vriend Ranger Werner (gelukkig voelden we ons niet alleen), mochten we in een klein kamertje gaan slapen die nacht. Hier was plek voor 2, dus Jan en Ties bleven in de hangmat en Mark en ik in het kamertje. Wat een nacht. Mark leek intussen al wel wat opgeknapt, maar heeft die hele nacht nog enorm liggen zweten (ik deed geen oog dicht). Om 7 uur kloppen Jan en Ties aan met slecht nieuws: Ties is nu ook ziek....Vanaf 4 uur hebben ze niet meer kunnen slapen en Ties heeft ook koorts. Mark wordt intussen wakker zonder koorts. Hij is blij en helemaal weer beter. Op ons programma staat vandaag vertrek naar een luxe resort; Berg en Dal. Na het inpakken gaan we met het busje naar beneden en pakken daar weer onze eigen auto. In het busje wordt Ties steeds beroerder en geeft uiteindelijk over (in een zakje, dat wel). Hij houdt zich superdapper. Na aankomst op Berg en Dal trekt Ties het bijna niet meer; hij moet nu snel naar het huisje en liggen. Dit is een prachtige plek met heerlijke luxe huisjes! Al snel slaap Ties als een roos in het zachte hemelbed in de airco. Als hij wakker wordt, vindt hij het nog het ergste dat hij een lekkere buffetlunch heeft gemist. Na nog een paar uur is hij weer toe aan eten en drinken en wat is hij blij! Ook ’s avonds in het restaurant weet hij niet hoe vaak hij het moet zeggen: wat ben ik blij dat ik weer kan eten, kan drinken, kan spelen! Gelukkig dus voor beiden kort, maar hevig. We relaxen twee dagen in Berg en Dal in het huisje en het zwembad. Mark en Jan zien er een kaaiman zwemmen in de rivier, brrr. Jan en Ties hebben in Brownsberg al zwarte aapjes gezien en hier zien we er op de weg nog eentje lopen. We sluiten Berg en Dal af met een fantastische Canopy-tour; aan een kabelbaan van platform naar platform in de jungle en zelfs over de Surinamerivier. Geweldig! De jongens deden het weer super en gingen zelfs op de kop. De laatste nacht slapen we weer in Parbo en staan vroeg op om naar Bonaire te vliegen. Byebye, Suriname!
